Geert Groote & Etty Hillesum

Geert Groote en Etty Hillesum

Zijn er overeenkomsten tussen het gedachtengoed van Etty Hillesum (1914-1943) en Geert Groote (1340-1384)? Quinta Holthuis laat hier aan de hand van vijf punten zien dat dit zeker het geval is. Aan het einde toont zij bovendien hoe Etty is beïnvloed door haar vader, die zelf op een zeer kritiek moment in zijn leven woorden van Geert Groote aanhaalt.
Quinta gaf deze lezing tijdens de jaarlijkse Vrijwilligersavond van het Meester Geertshuis, die ditmaal in het Etty Hillesum Centrum plaatsvond.

1  Achtergrond
GG komt uit een welgesteld burgemeestersgezin en tevens handelsfamilie.
GG studeert aan de Sorbonne geneeskunde, filosofie en astrologie en leidt een rijk en ambitieus studentenleven in Parijs.

Etty’s vader Louis is leraar klassieke talen en rector van het gymnasium. Haar uit Rusland gevluchte en daardoor getraumatiseerde moeder Riva geeft een tijd Russische les. Haar beide broers zijn zeer begaafd. Het gezin is Joods, maar niet belijdend. Etty studeert rechten en klassieke talen. Zij bezit daarnaast een sterke filosofische en spirituele inslag.

2  Studie
Na zijn Parijse studie en na een ernstige ziekte volgt voor GG een periode van diepe inkeer en bezinning en een 4-jarig kluizenaarsbestaan bij de Kartuizers. Daarna wijdt hij zijn leven gewetensvol aan God als diaken, prediker, schrijver en godsdiensthervormer. Hij wordt de grondlegger van de religieuze beweging der Moderne Devotie. Hij stelt vanuit zijn godsgeloof en overtuiging de misstanden van kerk en maatschappij aan de orde en staat met zijn gedachtengoed aan het begin van de reformatie (1517) en van de humanistische stroming die het bovennatuurlijk verplaatst naar de menselijke maat en rede en eigen verantwoordelijkheid boven die van de kerk. Hij preekt in de landstaal en niet in het Kerklatijn en hij vertaalt de bijbel opdat de inhoud van de heilige schrift voor iedereen toegankelijk is. Dit komt voort uit zijn grote afkeer van de verschillen tussen rijken en armen, machtighebbers en ‘graaiers’ versus de klein gehouden arme mensen.

Etty gaat in haar studententijd in Amsterdam in therapie bij de Berlijnse, na de Kristalnacht in 1939 gevluchte, handlijnkundige Julius Spier. Zij wil zichzelf en haar depressies en achtergrond en daarmee ook de wereld beter leren begrijpen en verdiept zich onder zijn invloed o.m. in spiritualiteit, levensvraagstukken, filosofie en literatuur. Zij ontwikkelt een humanistische denk- en handelswijze. Zij begint op Spiers advies, met wie zij tot zijn dood in 1942 (de dag voordat de Gestapo hem zou komen halen) een diepgaand contact heeft, haar dagboeken en zij wil daarna schrijfster worden. Zij schrijft veel prachtige citaten. Zij leert door hem bewust en gezond te leven, te mediteren en in haar zelfontdekking die ontstaat door en tijdens zijn behandelingen zoekt zij de harmonie tussen denken en voelen (citaat) en leert zij stil te zijn en naar haar innerlijke stem te luisteren.

3  Geloof
Geert Groote handelt als christen vanuit zijn diepe geloof in God. Daaruit volgen zijn boeken en vertalingen en boetepreken waarmee hij anderen bewust wil maken en richtlijnen wil geven, zijn hulp aan armen en vrouwen en het ontstaan van zijn religieuze beweging gebaseerd op broeder – en zusterschap. Hij stimuleert onderwijs aan jongens ‘van de straat’ opdat zij een betere toekomst krijgen.

Etty ontwikkelt in haar omgang met Julius Spier onbedoeld een eigen godsbeeld. (*Dit komt ook naar voren in de korte film die wij zagen over Etty, uit een voorgelezen dagboekfragment waarin zij zich richt tot God.)
Zij komt nl. volgens Spier met haar geloof in liefde en afkeer van haat dicht bij het christendom. Zij ervaart gaandeweg in de korte, intense periode dat zij haar dagboeken schrijft, dat God in het diepste van alle mensen huist. Zij vindt echter ook (net als Geert Groote, in deze ‘vergelijking’) dat de mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun wandaden en voor de dood van ontelbaar veel joden.
Vanuit deze steeds sterker wordende overtuiging en de rust die zij daarmee vindt in zichzelf, helpt zij in kamp Westerbork veel mensen in hun wanhoop en nood. Zij wil graag de kroniekschrijfster van haar tijd zijn, opdat de mens zal leren van wat er om haar heen en met haarzelf gebeurt.
“Als ik bid, bid ik nooit voor mezelf. Altijd voor anderen of ik houd een dolzinnige of kinderlijke of doodernstige dialoog met dat allerdiepste in me, dat ik gemakshalve maar God noem”.
Van Rilke leert zij “dat God geen Vader is in de Hemel maar iets wat in jezelf besloten ligt. De kern van jezelf”. Het is voor haar een “benadering van ons grootste en ons ononderbroken innerlijk avontuur”, en zij ziet het woord God soms als een primitieve oerklank en als “een hulpconstructie” waarmee zij soms in “vertwijfeling het gevoel heeft dat het net is alsof ik iets toespreek dat in mijzelf is, alsof ik een stuk van mezelf wil bezweren”. Zij leert door Julius Spier niet alles meer vanuit haar hoofd en denken te benaderen, maar vanuit haar hart en gevoel, en daarmee kwam zij in beter evenwicht en zo ervaart zij God nabij. Zij ontdekt dat “zij op welke plek ook, zij zich altijd in Gods armen zal voelen”. Soms echter “moet zij hem uit stenen en gruis opgraven”. Etty wil “God ook opgraven in de harten van andere mensen” als zij naar Westerbork vertrekt. “Ik zal niet opstandig worden als ik de kou (onveiligheid) in ga, als het maar aan Uw hand is”. Hier ziet Etty God als een persoon bij wie zij zich geborgen voelt.
Zij stelt dat voor al dit leed God geen verantwoording schuldig is, maar de mens zelf! De vraag/aanklacht die na de oorlog ontstond, is niet: waar was de mens in Auschwitz toen de joden werden vermoord, maar: waar was de Mens in Auschwitz?

4  Niet bang
Geert ontziet zichzelf niet. Hij staat voor een eenvoudig leven, daarbij zelf in grote armoede levend, voor goed onderwijs o.m. uit boeken in de eigen taal, en hij houdt kritische (boete)preken.
In die tijd is er grote armoede en een groot verschil tussen rijk en arm en tussen kerk en staat (nog één). Er heerst de pest, waar zijn ouders en hij uiteindelijk ook aan overleden. Hij schenkt zijn geërfde huis via het stadsbestuur aan een vrouwengeloofsgemeenschap, de Zusters van het Gemene Leven. Later volgen de broederhuizen van de Broeders des Gemenen Levens. Zij hoeven tot onvrede van de heersende kerk geen kloostergelofte af te leggen, immers je bent verantwoordelijk voor jezelf!
Geert is niet bang voor conflicten met Rome (de Heilige Stoel) en er komt waar nodig tegen in opstand, met preekverbod tot gevolg. Hij bezoekt bewust een aan de pest lijdende vriend en luidt daarmee zijn eigen einde in. Het bezoek en de liefde voor de medemens in nood was voor hem belangrijker dan zijn eigen leven.

Etty ontziet zichzelf ook niet en in de moeilijke en steeds mensonterender maatschappelijke omstandigheid van het nazisme en de jodenhaat voor en tijdens WO 2. Zij gaat intens met zichzelf aan de slag en daarmee ook met haar omgeving. Zij noemt haar brein een geweldige werkplaats waar hard gewerkt moet worden. Zij leert behalve helder denken dat zij meer met haar hart moet voelen om haar “verstopte ziel schoon te maken”. Etty’s levensangsten verdwijnen en zij wordt steeds sterker van binnen. Zij besluit, ondanks onderduikmogelijkheden en aanbod, samen met “haar volk” hetzelfde lot te ondergaan, ook al realiseert zij zich dat dit de ondergang betekent. Ondanks alles en gaandeweg haar ontwikkeling vindt zij het leven zinvol en de liefde is haar leidraad. Zij is in staat om zich bij de vijanden (die haar volk zo afschuwelijk behandelen) af te vragen hoe het zover met deze mensen heeft kunnen komen, daarmee doelend op die vele slaafse volgers die de meest vreselijke dingen doen met mensen, en waarvan natuurlijk de in-slechte leiders en vooral hun systeem vernietigd moeten worden.

5  Onderzoek
Naar GG’s geschriften wordt ver na zijn dood (ruim 600 jaar geleden) door het Titus Brandsma Instituut Nijmegen veel onderzoek gedaan met heruitgaven en artikelen en lezingen over de beweging door de eeuwen heen.

De dagboeken en brieven van Etty worden tot op de dag van vandaag over de hele wereld gelezen en bestudeerd en uitgebracht in verschillende uitgaven. Er bestaat een Etty Hillesum Onderzoek Centrum in Middelburg (eerst in Gent).

6  Hillesum en Groote
De filosofische, scherpe en sterke geest van haar vader Louis is van grote invloed op Etty. Zij komt weliswaar niet graag thuis vanwege de chaotische en gespannen sfeer (een gekkenhuis noemt zij het) maar haar wil om te leren, te weten en te begrijpen en haar wil om positief en levenskrachtig te blijven, krijgt zij voor een belangrijk deel mee van haar vader.
De invloed van Geert Groote op Etty’s vader Louis Hillesum, in de Deventer periode rector van het Stedelijk Gym, is groot.
Dit komt tot uiting in de spreuk van GG (op de Broederenkerk te vinden) die Louis citeert op de waarschijnlijk moeilijkste dag in zijn werkzame leven, zijn gedwongen afscheid als rector.

Christine van Nooten, collega docent klassieke talen en vriendin van Louis Hillesum, schrijft het volgende:

“Nadat hij op 29 november 1940 zijn ontslagbrief, had ontvangen waarin hem zijn ambt werd ontnomen ‘ter bevordering van de openbare rust en veiligheid’. ’s Middags kwam hij om half twee op school, liet de kinderen in het projectie-lokaal komen en sprak hen toe. Hij was niet vervuld van haat, niet opstandig, maar vol innerlijke rust. Hij wees er op, dat de vijand ons zeer veel kon ontnemen, maar aan het belangrijkste zelfs niet raken kon.
En toen haalde hij aan, onder die omstandigheden, terwijl hij heel goed wist, wat zijn lot, vroeg of laat, zou wezen:
‘Voor alle dinc dunct mi goet, dat ghi gheestelike blide sijt’. (….)
Het Gymnasium had een wijze rector verloren, wiens stem voortijdig, onrechtvaardig werd gesmoord. Maar zijn stem zal klinken tot in een ver nageslacht, in het woord van Geert Groote, dat, door hem op dat ogenblik gesproken, met recht ook zijn woord mag heten en dat het Gymnasium als een kostbare erfenis en een grootse opgave dankbaar van hem aanvaardt.”

Met het geloof in dit citaat van Geert Groote zie je een grote spirituele parallel tussen Louis Hillesum en zijn dochter Etty. Ook Etty probeert immers tegen alle onderdrukking in haar innerlijke vrijheid te handhaven en de vijand niet te haten. En in beginsel vanuit een positieve geest de omstandigheden tegemoet te treden dan wel te aanvaarden en er mee om te gaan. Etty’s citaten geven, net als die van Geert Groote dat gaven aan haar vader en aan volgelingen door de eeuwen heen, tot op vandaag steun en inzicht aan velen.